Deelfietsen: advies Fietsberaad Vlaanderen

Strooifietsen, weesfietsen, slimme deelfietsen, … de deelfietsen zijn in volle ontwikkeling. Versneld door verschillende technologische evoluties, vormen ze een steeds belangrijker aspect van het mobiliteitsbeleid en specifiek van het fietsbeleid. De uitdaging bestaat erin om deelfietsen aaneen te schakelen met bestaande vervoersmiddelen, zoals trein, tram, bus, enz.

In ons advies gaan we in op de uitdagingen waar de lokale overheden en de Vlaamse overheid als regisseurs voor staan: hoe kunnen zij rekening houden met deelfietsen en ze integreren in hun mobiliteitsbeleid?

Back-to-onesystemen

Voor de back-to-onesystemen, zoals Bluebike, waarbij deelfietsen worden teruggebracht naar hetzelfde station, adviseert Fietsberaad om hierin te blijven investeren. Het succes van dit systeem hangt af van het aantal beschikbare fietsen. Voorzie dus meer fietsen in de grotere stations en zet ook in op nieuwe uitleenmogelijkheden aan de kleinere stations en in de kleinere gemeenten. Zo kan de beschikbaarheid van de fietsen en de aaneenschakeling met het openbaar vervoer beter gegarandeerd worden. Zo zien we in Nederland dat de OV-fiets een echt succes is, met een aandeel van 12% in het natransport (tegenover 5,6% procent in België). De Nederlandse deelfiets geeft de reizigers extra flexibiliteit, het verhoogt de actieradius vanaf het station en versnelt de aankomsttijd op bestemming.

Door een vast aanbod van deelfietsen, fietsparkeervoorzieningen en deelwagens kunnen bushaltes en stations uitgroeien tot herkenbare mobiliteitspunten. Bovendien kan de Vlaamse overheid ook een rol spelen in het sturen naar meer interoperabiliteit tussen openbaar vervoer en deelfietssystemen enerzijds, en ook tussen deelfietssystemen onderling anderzijds. Dat bevordert de aantrekkelijkheid van het openbaar vervoer. In het bijgevoegde advies​ vind je meer argumentatie over deelfietsen als verlengstuk van het openbaar vervoer én als zelfstandig mobiliteitsoplossing.

Back-to-many en freefloating systemen

De opkomst en stijgende populariteit van de back-to-many en de freefloating deelfietsen, waarbij de fiets niet naar een vast station moet worden teruggebracht, vergroot het aanbod aan deelfietsen. Toch is de integratie van deze deelfietsen met het bestaande openbaar vervoer een uitdaging. Er is namelijk geen garantie dat er aan het knooppunt fietsen ter beschikking zijn, aangezien ze blijven staan waar de vorige gebruiker ze heeft achtergelaten of achtergelaten worden in een station naar keuze. Daarnaast worden ze voornamelijk gebruikt voor binnenstedelijke verplaatsingen zonder overstap naar trein, tram of bus. Bovendien loopt het aanbod van deze zogenaamde strooifietsen door privé-uitbaters in sommige steden uit de hand. Met veel overlast en extra werk voor de stadsdiensten tot gevolg.

Fietsberaad Vlaanderen werkte in nauw overleg met de centrumsteden aan een kader voor het gebruik van deze slimme deelfietsen. Om wanorde en chaos te vermijden, stelt Fietsberaad voor dat bedrijven die de slimme  deelfiets willen ontplooien, een vergunning moeten aanvragen. Elke stad of gemeente kan daarover een bepaling opnemen in haar politiecodex. Bedrijven die deelfietsen op het openbaar domein willen plaatsen, moeten die voorwaarden over de kwaliteit van de fiets, het gebruik en de hoeveelheid fietsen naleven.

Essentieel is uiteraard dat steden en gemeenten het aanbod van deelfietsen zien als een middel om het mobiliteitsbeleid en de lokale fietsstrategie te versterken. De minimumvereisten en voorwaarden zijn bedoeld om het beleid en de strategie te doen slagen.

In het advies​ vind je meer argumentatie over deelfietsen als verlengstuk van het openbaar vervoer én als zelfstandig mobiliteitsoplossing.

Voor de problematiek van freefloating deelfietsen verwijzen we naar het afgeronde onderzoek ​waarin Fietsberaad pleit voor een lokaal vergunningenstelsel.