VolleGaas doorfietsroute beoogt functioneel en recreatief fietsen


De fietssnelweg behoort stilaan tot de Vlaamse woordenschat. Maar de doorfietsroute is een nieuw concept. Het is zowel een fietssnelweg als een lokale fietsroute, hybride in gebruik – recreatief én functioneel – en in typologie – fietsstraten én -paden. Met “Volle Gaas” wordt voor het eerst een intergemeentelijke doorfietsroute gerealiseerd in Vlaanderen.

Fietssnelwegen liggen naast grote infrastructuren: spoor-, water- of autoweg. Het zijn in de eerste plaats functionele routes met een lage omrijfactor. Het zijn de belangrijkste regionale fietsassen om steden met de periferie en steden onderling te verbinden. Dit netwerk van snelfietsroutes langs kanalen en spoorwegen is grofmazig. De bovenlokale routes langs het hoofdwegennetwerk (de N-wegen) hebben een wisselende kwaliteit en bijna altijd een functioneel karakter : de kortste route.

De lokale fietsknooppunten daarentegen zijn fijnmazig, hebben een recreatief karakter en verknopen toeristische hotspots en groengebieden.

De kaart van de Bovenlokale Functionale Fietsroutes – de combinatie van fietssnelwegen (blauw/groen), bovenlokale routes (oranje) en rustigere alternatieven (roos) – toont heel duidelijk het potentieel aan van een nieuwe “hoofdroute”. Dit potentieel wordt opgevuld door de Volle Gaas-doorfietsroute.

Wat zijn de ambities en eigenschappen van zo’n doorfietsroute?

1) Infrastructuur
Een doorfietsroute moet een vlotte verbinding zijn tussen het Pajottenland en Brussel en veilig befietsbaar zijn heel het jaar door, ook voor kinderen, speedpedelecs, cargofietsen…:
– ruggengraat met logische aansluitingen op kernen (feeders) en mobipunten
– aaneenschakeling van fietsstraten, landbouwwegen en autoluwe straten
– veilig gemengd verkeer (bv. autoluw, snelheidsregime 30km/u, veilige kruispunten)
– (waar mogelijk) voorrang op dwarsend verkeer thv. kruisingen met autowegen
– maatregelen tegen sluipverkeer zoals tractorsluizen, slimme filters…

Door het recycleren van bestaande wegen is er minder extra verharding nodig, waardoor de doorfietsroute sneller realiseerbaar, duurzamer, goedkoper en vlotter te integreren is in de omgeving.

2) Signalisatie, mental map en communicatie
De nieuwe doorfietsroute wordt van bij het begin als product ontwikkeld:
– De fietsroute moet op de mental map komen van fietsers in het Pajottenland als een ruggengraat met feeders. Eens op de ruggengraat, fiets je zonder veel omwegen (omrijfactor 1,16 tussen Galmaarden en het kanaal in Brussel).
– Over de fietsroute wordt gecommuniceerd als een doorfietsroute voor recreatief en functioneel gebruik.
– De kleur van de route is groen (zoals de fietsknooppunten) in tegenstelling tot die van een fietssnelweg (blauw).
– De doorfietsroute moet herkenbaar (bv. uniforme markering, aanpak kruispunten of beslissingspunten…) en vindbaar (bv. naamgeving, signalisatie zoals klassieke functionele wegwijzers, terugkerende elementen) zijn.

Op deze manier kan het concept en de communicatie bijdragen aan het draagvlak voor de realisatie van de fietsroute van bij het begin.

Opgelet, in Nederland zijn fietssnelwegen en doorfietsroutes synoniem voor elkaar.

Figuur: Bij gebrek aan (het potentieel voor) een centrale fietssnelweg in het Pajottenland, is er vraag naar een hoofdroute

Betrokken partijen

In het kader van de Fiets-GEN-studie werd een fietssnelweg door het Pajottenland (de Pajostrade) niet geselecteerd wegens het beperkte functionele potentieel (lage bevolkingsdichtheid). Maar de slechte bereikbaarheid met het openbaar vervoer en de vlotte autobereikbaarheid (tot Brussel) vormen een uitdaging voor de toekomst wat betreft klimaat, congestie en een toekomstige stadstol.

De vraag kwam vanuit enkele gemeenten in het kader van het Strategisch Project ‘Opgewekt Pajottenland’ (met 10 Pajotse gemeenten, Vlaams-Brabant, Regionaal Landschap Pajottenland & Zennevallei, Klimaatpunt vzw). De doelstelling was om dorpskernen te verbinden met grotere steden zoals Brussel, Halle en Ninove. Van bij het begin was de vraag dus dubbel : verbinden dorpen en steden (functioneel) en recreatief (toerisme) ; lokaal en regionaal.

Letterlijk: “De partners vinden dat de route aantrekkelijk mag zijn en ook sterke recreatieve troeven mag hebben (landschapsbeleving, langs kasteel van Gaasbeek), maar de route moet tegelijkertijd ook een vlotte functionele verbinding creëren en voldoende aansluiten op de kernen.”

De coördinatie gebeurt door de provincie Vlaams-Brabant. De betrokken partners vandaag zijn: Vlaams-Brabant, Departement Mobiliteit en Openbare werken, de gemeenten Galmaarden, Gooik, Lennik en Sint-Pieters-Leeuw, Strategisch Project ‘Opgewekt Pajottenland’. Dit zorgt ervoor dat het om een unieke transversale samenwerking (mobiliteit, toerisme) gaat over bevoegdheidsniveaus (lokaal, provinciaal) heen.

De wenslijn en visie voor de VolleGaas-route was het resultaat van een gezamenlijk onderzoeksproces waarbij diverse actoren en gemeenten betrokken waren.

Evaluatie

Het huidige resultaat is een gedeelde visie voor de realisatie van de doorfietsroute, het zogenaamde voorkeurtracé, met per segment de analyse (op basis van heatmaps, onderzoeksvragen, terreinbezoek) en het voorgestelde tracé.

Om de doorfietsroute een identiteit te geven is het nodig om de gedeelde visie in een volgende fase concreter te maken met een stedenbouwkundige studie die de krijtlijnen voor heel de route bepaalt. Het resultaat van deze studie moet een streefbeeld met ontwerprichtlijnen voor de verschillende segmenten en de identiteit van de route zijn (inclusief raming en actieplan). In een laatste stap kan dit streefbeeld dan stapsgewijs omgezet worden in concrete ontwerpopdrachten en realisaties op de route.

Er wordt voorgesteld om het Bovenlokaal Functioneel Fietsroutenetwerk aan te passen en de volledige VolleGaas doorfietsroute toe te voegen als een “alternatieve functionele fietsroute”. 

Investering

Jaar

Totale budget: NVT (alles in house)
Financiële partners + %:
Indeling budget (bv. 20% voor fietsenstallingen, 80% voor fietsbrug):

Initiatiefnemers

Vlaams-Brabant

Contact

Provincie Vlaams-Brabant

  • Kris Lambrechts: Kris.Lambrechts@vlaamsbrabant.be 
  • Joris Van Damme: joris.vandamme@vlaamsbrabant.be 

Locatie

Vlaams-Brabant