Rapport Fietsstraten en Fietszones


De afgelopen jaren won de fietsstraat- en zone aan populariteit. Covid-19 heeft geleid tot een toegenomen inspanning om fietsers meer ruimte te geven. Steden en gemeenten maakten in 2020 versneld werk van fietsstraten en fietszones. Fietsberaad Vlaanderen wilde onderzoeken hoe weggebruikers op de maatregelen reageren én of het invoeren van een fietsstraat een positieve impact heeft op het fietsklimaat in een gemeente.

Wat leren we uit de ervaringen van fietsers en niet-fietsers?

Fietsberaad heeft in de zomer en het najaar 2020 een online gebruikersbevraging uitgevoerd in 13 Vlaamse steden en gemeenten. Bijna 7.000 fietsers en niet-fietsers gaven hun mening over 17 fietsstraten en 3 fietszones in Boechout, Bonheiden, Deinze, Geel, Gent, Harelbeke, Kalmthout, Kortrijk, Leuven, Mechelen, Peer, Ranst en Turnhout. De antwoorden van de gebruikers werden gecombineerd met informatie over de inrichting, het gebruik en de ervaringen van de steden en gemeenten zelf en onderzoeksresultaten uit Nederland.

De belangrijkste knelpunten die weggebruikers aangeven zijn het inhalen van fietsers, te veel en te hardrijdende motorvoertuigen én hinder door parkeerbewegingen of laden en lossen.  Uit de bevraging blijkt dat zowel fietsers als niet-fietsers het hinderlijk vinden als er veel motorvoertuigen achter de fietsers moeten blijven.

Een goede fietsstraat heeft vooral veel fietsers

In goed functionerende fietsstraten zijn de fietsers dominant en is het gemotoriseerd verkeer ondergeschikt. Een fietsstraat of fietszone is succesvol als bestuurders van motorvoertuigen echt het gevoel hebben te gast te zijn. Dat wordt in de eerste plaats bepaald door een zichtbare aanwezigheid van fietsverkeer.

Het is duidelijk dat fietszones – omwille van hun uitgestrektheid én omdat ze vaak niet volledig samenvallen met het fietsnetwerk – daar niet altijd aan kunnen voldoen. Na de instelling van de fietszone moet de verkeersfunctie voor motorvoertuigen verder worden geminimaliseerd en het fietsklimaat verder worden versterkt. Het instellen van een fietszone moet daarom de laatste stap zijn in het creëren van een gebied waar de fietskwaliteit op punt staat. Om deze kwaliteit te bereiken kunnen wegbeheerders het nieuw ontwikkelde drie-stappenplan met 9 ingrediënten volgen.

Wat bepaalt het succes van een fietsstraat of fietszone

  • Stap 1 – De fietsstraat of fietszone moet goed samenvallen met het fietsnetwerk. Het is een route of bestemming voor het fietsverkeer én men kan er vlot doorfietsen. Een ondergrens van 500 fietsers is aanbevolen, met de voorwaarde dat er niet meer auto- dan fietsverkeer geteld wordt.
  • Stap 2 – In de fietsstraat of fietszone is er maar beperkt gemotoriseerd verkeer (zowel auto’s, vrachtwagens, bussen als landbouwverkeer). Ook mag er maar weinig hinder zijn van parkeerplaatsen of los- en laadzones. Ook een straat met veel overstekende voetgangers is minder geschikt als fietsstraat. Een bovengrens van maximaal 1000 gemotoriseerde voertuigen is wenselijk.
  • Stap 3 – De inrichting is op maat van de fiets en dat blijkt uit de aanleg en het specifieke fietsstraat-profiel (monolithische verharding, twee gescheiden rijlopers op maat van het fietsverkeer). De aanleg waarborgt de continuïteit en herkenbaarheid als fietsstraat. Borden en markeringen ondersteunen dat en bevestigen het wettelijk karakter als fietsstraat. Een rijbaanbreedte van 450 à 480 cm is ideaal voor een fietsstraat met tweerichtingsverkeer.

Uit de bevraging van Fietsberaad Vlaanderen blijkt dat straten die herkenbaar zijn als fietsstraten of fietszones, maar veel hinderlijke ontmoetingen kennen (motorvoertuigen, parkeren, voetgangers), toch onvoldoende scoren.

Geen oplossing voor alle problemen

Bij de keuze voor een fietsstraat of fietszone leeft vaak de hoop dat de maatregel ervoor zorgt dat het fietsklimaat verbetert. Aan de invoering van een fietsstraat of een fietszone is immers automatisch een snelheidsregime en een inhaalverbod gekoppeld.

De praktijk leert dat het instellen van een fietsstraat of fietszone niet volstaat om een door motorvoertuigen gedomineerde omgeving fietsvriendelijk te maken. Zeker als er maar weinig fietsers zijn en veel (doorgaande) motorvoertuigen. Het inhaalverbod wekt ergernis op of wordt niet gerespecteerd en voor een maximumsnelheid van 30 km/u is het niet nodig om een fietsstraat of fietszone in te stellen. Daarvoor bestaan andere middelen.

Als de randvoorwaarden voor een fietsstraat of fietszone niet goed zijn, dan is de kans op succes gering en het ontstaan van veel ergernis en handhaving bijna vanzelfsprekend. Fietsstraten en fietszones zijn pas succesvol als ze fietsvriendelijk zijn en logisch liggen binnen het fietsnetwerk.

Lees het rapport hier.

Dit vind je zeker ook interessant

Praktijk

Nieuwe Muziekacademie van Deinze is vlot bereikbaar met de fiets

Nieuws

Mechelen evalueert tijdelijke fietsstraten (COVID-19)

Nieuws

19 km extra fietsstraat in Antwerpen (COVID-19)