Benelux-ministers inspireren Europees fietsbeleid


De mobiliteitsministers van België, Luxemburg en Nederland ondertekenden op 14 juli een politieke verklaring  om de fiets een hoofdrol te geven in de herstelperiode na Covid-19. Ze bezorgden de verklaring ook aan EU-commissaris Frans Timmermans en benadrukten het belang van actieve mobiliteit in het Europees klimaatbeleid.  Timmermans juichte het initiatief al toe en tweette dat “er in heel Europa een fietstransformatie aan de gang is, en dat we niet moeten wachten om de fietsinfrastructuur in de hele EU klaar te maken voor al die nieuwe fietsers.”  

Europese Green Deal 

In de verklaring vraagt de Benelux aan de Europese Commissie om in te zetten op nieuwe en veilige fietsinfrastructuur en middelen te voorzien om fietsbeleid te stimuleren binnen het raamwerk van de Europese Green Deal. De verschuiving naar duurzame en actieve mobiliteit is een van de belangrijkste elementen van de Europese Green Deal en kan helpen om de EU-doelstelling van klimaatneutraliteit te halen. Verder draagt meer fietsgebruik ook bij tot betere luchtkwaliteit en minder kosten voor volksgezondheid. De Benelux-ministers besluiten dat nieuwe initiatieven zoveel mogelijk burgers moeten aanmoedigen om de fiets in hun dagelijks leven te gebruiken. 

Voorstellen uit de verklaring 

De ministers benadrukken in hun verklaring dat de beschikbaarheid van kwaliteitsvolle en veilige fietsinfrastructuur essentieel is. Daarnaast pleiten ze ook voor meer Europees onderzoek om het potentieel van fietsen post Covid-19 in kaart te brengen. De verklaring kijkt vooruit naar de herstelperiode na de pandemie en bevat o.a. de volgende voorstellen voor lokale, nationale en Europese overheden 

  • Extra aandacht besteden aan goede fietspaden, oplaadpunten voor elektrische fietsen en goede parkeervoorzieningen. 
  • De herziening van de TEN-T-verordening (trans-Europees vervoersnetwerk) aangrijpen om de investeringen in infrastructuur op te voeren en de positie van de fiets te versterken in de stedelijke vervoersmix. 
  • De lidstaten de mogelijkheid bieden verlaagde Btw-tarieven op (elektrische) fietsen toe te passen volgens verordening 2006/112/EC. 
  • De lidstaten bezorgen de Europese Commissie actuele gegevens over actieve mobiliteit om een helder overzicht te krijgen van fietsgebruik in Europa.  
  • Duurzame mobiliteitsplannen implementeren en verkeersregels aanpassen om ze fietsvriendelijker te maken (vb. snelheidsbeperkingen). 
  • Voldoende middelen toewijzen voor de fiets in Covid-19-herstelplannen en fietsstimuleringsprogramma’s en campagnes opzetten 
  • Ecotoerisme vergemakkelijken door het EuroVelo-netwerk te promoten en door treinoperatoren aan te moedigen om rekening te houden met fietsvervoer bij de aankoop van nieuwe toestellen. 
  • Prioriteit geven aan de fiets in nieuwe Europese initiatieven zoals het Klimaatpact, de nieuwe EU Smart and Sustainable transportstrategie en de nieuwe EU-strategie voor stedelijke mobiliteit. 
  • Deelfietssystemen implementeren en gratis maken in de zomermaanden. 
  • Gebruik maken van de Health Economic Assessment Tool van de WHO als basis voor beleid, maatregelen en samenwerking. 

Fietsen is goed voor de economie 

De Benelux-verklaring wijst erop dat de fiets jaarlijks wereldwijd €150 miljard aan voordelen oplevert, inclusief €44 miljard voor rekening van fietstoerisme en 90 miljard voordelen op het vlak van milieu, gezondheid en efficiëntere mobiliteitssystemen. De fiets zorgt bovendien voor honderdduizenden jobs en kan dus een belangrijke rol spelen in de relance na de crisis.  

Uit een recente studie in Italië blijkt dat de sociale kosten van niet-ingrijpen in de huidige mobiliteitssystemen oplopen tot 14 miljard euro per jaar als gevolg van externe factoren zoals gezondheidszorg en congestie. Terwijl scenario’s met meer fietsen en stappen kunnen leiden tot netto maatschappelijke voordelen van 9 tot 20 miljard euro. Elke auto-kilometer kost de maatschappij ruim zes keer meer dan wanneer die kilometer met fiets wordt gereden.  

Benelux als proeftuin voor Europa 

In Europa is 50% van alle autoritten korter dan 5 km, en meer dan 30%  is korter dan 3 km. Dat betekent dat ze gemakkelijk met de fiets of te voet te doen zijn. De Benelux-ministers zien hun landen als een proeftuin voor de fiets in Europa om een duurzame omslag naar meer actieve mobiliteit te realiseren. Dat het fietsgebruik in België, Nederland en Luxemburg bij de hoogste in Europa is, zorgt alvast voor de nodige kennis van zaken om andere lidstaten te inspireren om de fiets in te zetten als een efficiënt instrument voor een vlottere, gezondere en duurzamere mobiliteit. De ministers hebben de ambitie om tegen eind 2020 een grensoverschrijdend plan klaar te hebben om fietsen in de Benelux te stimuleren. 

Dit vind je zeker ook interessant

Nieuws

1 op 3 bus- en tramgebruikers stapt over op de fiets

Document

Maatschappelijk Relancecomité kiest voor de fiets

Nieuws

Mechelen evalueert tijdelijke fietsstraten (COVID-19)