Wanneer mogen kinderen zelfstandig met de fiets op weg?
Verschillende onderzoeken tonen aan dat de actieradius waarbinnen kinderen zich zelfstandig (“alleen”) rond de eigen woning mogen verplaatsen, de voorbije decennia sterk is afgenomen. Vaak wordt gewezen op een autogerichte ruimtelijke ordening en sociaal-culturele normen die de nadruk leggen op toezicht en risicomijding.
In het kader van de Leerstoel Fiets ging onderzoekster Joyce David na welke determinerende factoren deze verandering in de mobiliteit en het fietsgedrag van kinderen beïnvloeden.
Vier bepalende factoren
Het onderzoek brengt interdisciplinair bewijs samen vanuit een sociaal-ecologisch perspectief, gebaseerd op het Theoretical Domains Framework (TDF). Dat framework maakt een geïntegreerde analyse mogelijk van de bekwaamheid, de kansen en de motivatie van kinderen, en brengt vier onderling verwante factoren aan het licht die het zelfstandig fietsen van kinderen bepalen: (1) persoonlijke en interpersoonlijke invloeden, (2) de gebouwde omgeving, (3) bredere maatschappelijke normen, en (4) essentiële voorwaarden zoals fietsvaardigheden en toegang tot fietsen.
Het voorgestelde conceptuele model bestudeert meer de mechanische samenhang tussen deze factoren, vergeleken met de bestaande “Children’s Independent Mobilty”-kaders. Voor vervoersonderzoekers wijst het op nieuwe elementen die als hefboom kunnen worden ingezet: het aanpassen van bestaande normen, het afstemmen van de infrastructuur op de ontwikkelingscapaciteiten van kinderen en het integreren van het perspectief van kinderen in het mobiliteitsbeleid zelf. Het onderzoek ondersteunt daarmee meer inclusieve en rechtvaardige vervoerssystemen door kinderen te positioneren als legitieme actoren binnen de stedelijke mobiliteit.
Dit onderzoek werd uitgevoerd in het kader van de “Leerstoel Fiets” aan de UGent. De leerstoel wordt gefinancierd door het Departement Mobiliteit en Openbare Werken van de Vlaamse overheid.
