Wat betekent 20% fietsaandeel voor Vlaanderen?

Wat is een ambitieuze én haalbare doelstelling voor het fietsverkeer in Vlaanderen?

Fietsberaad Vlaanderen vertaalde de ambities en beleidsintenties bij verschillende overheden in een simulatie-oefening. Wat moet er gebeuren om het fietsverkeer te doen groeien tot 20% in 2024? Dat betekent concreet een jaarlijkse toename van het aantal dagelijkse fietsverplaatsingen met ongeveer 180.000 trips. Het aantal autoverplaatsingen moet jaarlijks dalen met 195.000 dagelijkse trips. Fietsberaad Vlaanderen maakte deze simulatie op basis van cijfers uit het OVG. We hielden ook rekening met een verhoogde toename in verplaatsingen die te voet of met het openbaar vervoer worden afgelegd.

De simulatie-oefening is gebaseerd op de noodzaak die alle overheden samen uitdrukken om nog meer in te zetten op de fiets. Daarmee willen zij een oplossing formuleren voor de knelpunten binnen het mobiliteitsbeleid én uitdagingen binnen het klimaatbeleid. De Vlaamse investeringen in het fietsbeleid stegen de voorbije legislatuur van 90 miljoen (2014) naar 138 miljoen euro (2018, vastleggingen in de Vlaamse begroting). In de modal split (op basis van OVG) schommelt het fietsaandeel rond de 12,50%, met een uitschieter naar 15,45% (OVG 5.2, 2017). Daarnaast heeft het Vlaams Klimaatplan de ambitie om tegen 2030 het aantal afgelegde voertuigkilometers (personen-, bestel- en vrachtwagens) met 12% te verminderen ten opzichte van 2015. Het klimaatplan voorziet eveneens een belangrijke rol voor het fietsverkeer. De context voor een hoger fietsaandeel in Vlaanderen is dus zonder meer positief.

In 2019 zullen we dagelijks ongeveer 2.122.489 verplaatsingen met de fiets afleggen. In 2024, als het aandeel van de fiets is gegroeid tot 20%, betekent dit 3.221.657 fietsverplaatsingen. Dat is een groei met 63% over 6 jaar. Infrastructuurprojecten, die de bestaande verkeersruimte herverdelen en meestal voor een veel langere periode worden aangelegd, zullen dus rekening moeten houden met nog hogere groeicijfers van het fietsgebruik. Ook investeringsmiddelen van lokale overheden en de nieuwe Vlaamse Regering moeten afgestemd zijn op de gewenste groei.

De volledige motivering en onderbouwing van deze oefening is terug te vinden in dit advies. We geven ook aan welke werkwijze gemeenten kunnen volgen voor hun eigen simulatie.