Vervoersarmoede in de Westhoek

Ism Service Design Vlaanderen, De Lijn en het Westhoekoverleg

De Westhoek kent enkele structurele problemen die een goede dienstverlening van het openbaar vervoer onmogelijk maken. De regio wordt bijvoorbeeld gekenmerkt door een sterk verspreide bebouwing en naast enkele kleinere steden treffen we in hoofdzaak diverse kleine kernen of dorpen aan. De inwoners zijn vandaag sterk afhankelijk van eigen gemotoriseerd vervoer.

De regio kampt met vervoersarmoede, een probleem dat gedeeld wordt met andere buitengebieden. Het verplaatsen in de Westhoek is sterk afhankelijk van het gebruik van een duur en weinig milieuvriendelijk privaat vervoersmiddel. Maar tal van gezinnen beschikken niet over een eigen wagen. Het betreft in hoofdzaak gezinnen woonachtig in de kernen van steden en (deel)gemeentes.

Het invoeren van ‘basismobiliteit’ moest een halt toe roepen aan dit probleem, maar in de Westhoek, die gekenmerkt wordt door een sterk verspreide bevolking, vallen vele gebieden buiten de decretale normen. In deze dorpen is er bovendien vaak een sterke vergrijzing. Dit brengt met zich mee dat een groot deel van de bevolking als minder-mobiel kan beschouwd worden. Nu is het busaanbod is voornamelijk afgestemd op de schoolgaande jeugd en de eerder beperkte aanwezigheid van belbussen kan de vervoersarmoede onvoldoende oplossen.

Fietsberaad Vlaanderen heeft daarom samen met Service Design Vlaanderen, De Lijn en het Westhoekoverleg opdracht gegeven om een coherente, systemische visie op een duurzame en toegankelijke mobiliteit voor de Westhoek te formuleren. Doel is om kansen te identificeren, ook voor de fiets, die een antwoord kunnen op de vervoersarmoede en de noden van de bewoners van de Westhoek.

Met het onderzoek willen we ook volop inzetten op positieve evoluties:

1) Uit onderzoek blijkt dat de West-Vlaming meer geneigd is om zijn fiets te gebruiken dan de gemiddelde Vlaming. Daarom loont het wellicht de moeite om nog meer in te zetten op de fiets.

2) Het aanvullend vervoer met vrijwilligers biedt een antwoord op de vraag naar flexibel vervoer in landelijk gebied én in het bijzonder voor de meest kwetsbare groepen. Er zijn diverse verschillende vormen van vrijwilligersvervoer in de regio, zoals mindermobielencentrales, erkende diensten aangepast vervoer, vervoer- en oppasdiensten, diensten ondersteund door OCMW.

Er moet dus geïnvesteerd worden in alternatieve verplaatsingsmodi. Ook de Vlaamse regering trekt in haar regeerakkoord die kaart en wil meer belbussen, deeltaxi’s/regiotaxi’s, buurtbussen, deelfietsen, deelauto’s … Ook in de Mobiliteitsvisie van het Westhoekoverleg spelen sommige van deze mobiliteitsalternatieven een belangrijke rol. De ondersteuning en erkenning van deze vormen van vervoer is hoe dan ook noodzakelijk voor de regio. Doelgroepen moeten ook aangespoord worden om deze nieuwe mobiliteitsvormen te (blijven) gebruiken. En dat vergt een sterke mentaliteitswijziging .

“Mobiliteit” is in deze opdracht dus niet alleen een technisch gegeven, maar ook een basisrecht dat iedereen in staat moet stellen om volwaardig deel te nemen aan het maatschappelijke leven. Wanneer mensen dat recht niet (volledig) kunnen uitoefenen, spreken we van ‘vervoersarmoede’. Als eindresultaat van de opdracht verwachten we een afdoend antwoord −toegankelijk en visueel voorgesteld− op bovenstaande vraag verwacht. Het antwoord moet ‘realistisch’ zijn, d.w.z. aanvaardbaar, bruikbaar en toepasbaar.

Daarbij moet niet het gehele openbaar vervoer in vraag gesteld worden. Integendeel, in grote lijnen wordt het bestaande openbaar vervoeraanbod als een gegeven beschouwd, hoewel er natuurlijk wel ruimte is om aanpassingen voor te stellen. Het is de bedoeling dat het project vooral focust op de mobiliteitsvraag die niet door de lijnverbindingen uit het openbaar vervoernetwerk kunnen beantwoord worden en aangeeft wat daarnaast mogelijk is en hoe een sterk mobiliteitsnetwerk ook realistisch is in een erg landelijke regio.

We durven aannemen dat de fiets daarin een rol zal spelen…

Het project ‘Service Design in de Westhoek’ liep van januari tot december 2015. Het eindrapport werd in januari 2016 afgewerkt. De lessen die we geleerd hebben, willen we nu zoveel mogelijk delen met de lokale besturen, want vervoersarmoede is een actueel probleem. Publieke middelen (en dus openbaar vervoer) komen onder almaar grotere druk te staan, terwijl het belang en de vraag naar duurzame en alternatieve vormen van mobiliteit almaar stijgt. Daarom moet er gestreefd worden naar een coherente visie op duurzame mobiliteit, waarin het aanbod van openbaar vervoer slechts één aspect is en het belang van de fiets steeds toeneemt. Het persbericht met een samenvatting van de resultaten kan u hier terugvinden.