Studiedag Fietssnelwegen in stationsomgevingen


Het Departement MOW organiseerde in samenwerking met de provincies een studiedag om gezamenlijk inzichten te verwerven rond het ontwerp van nieuwe fietssnelwegen in of in de buurt van stationsomgevingen.

Diverse projecten om in Vlaanderen fietssnelwegen op een veilige en duurzame manier door of langs stationsomgevingen te leiden, hebben geleid tot soms fundamentele discussies over de ontwerpprincipes in GBC’s en projectstuurgroepen. Concreet stelden zich o.a. de volgende vragen:

  • Wat is de gewenste voorrangsstatus van fietssnelwegen in stationsomgevingen? Moeten ze absolute voorrang krijgen op andere verkeersdeelnemers, en zelfs op voetgangers? Of juist niet?
  • Hoe herkenbaar moeten fietssnelwegen zijn in stationsomgevingen?
  • Hoe verhoudt het tracé van fietssnelwegen zich tot b.v. de parkeerzones, looproutes, bushaltes,…? Mogen fietssnelwegen b.v. (gemengd) over parkeerterreinen lopen?
  • Zijn er algemene ontwerp-principes te destilleren voor fietssnelwegen in stationsomgevingen?

De afdeling Beleid van het Departement MOW wil met deze studiedag en het bijhorende verslag:

  • Kennis en ervaringen bundelen en bezorgen aan AWV als input voor het Vademecum fietsvoorzieningen.
  • Een aantal ontwerpprincipes en aandachtspunten voor fietssnelwegen in stationsomgevingen voor heel Vlaanderen bundelen en onder de aandacht brengen bij alle betrokken partners.
  • Bij alle partners de reflex aanwakkeren om vroeger in het proces na te denken over deze ontwerpprincipes.
  • De mogelijkheid aftoetsen om onderling beter af te stemmen welke stationsomgevingen prioritair zijn en welke functie ze vervullen in het mobiliteitsnetwerk

Evaluatie en aanbevelingen

  • Bekijk de tracering van fietssnelwegen op diverse schaalniveaus

Om alle kanten van het station zo goed mogelijk te kunnen ontwerpen, gelet op hun kenmerken en functionaliteit, wordt voor de tracering van de fietssnelwegen best van een hoger schaalniveau vertrokken. Door wat ruimer te kijken dan de eigenlijke stationsomgeving kan beter worden bepaald of en waar de fietssnelweg de spoorlijn kan kruisen om zodoende aan de meest optimale kant van het station uit te komen. 

  • Maak ruimte

Uiteraard vraagt een consequent doorgetrokken en herkenbaar tracé de nodige ruimte. Die ruimte is in stationsomgevingen meestal erg schaars. Waar onteigeningen voor auto-infrastructuur zelden worden gecontesteerd, is dit voor fietsinfrastructuur nog veel minder het geval. Wellicht vraagt dit nog een verdere omslag in het denken.  

  • Hou rekening met de eigenheid en typering van stations 

Een functionele indeling of onderscheid van de stations lijkt gepast om een ontwerp te kunnen maken, zo kunnen we spreken van herkomststations, bestemmingsstations, overstapstations en weide-stations. 

  • Benut de eigenheid van de twee kanten van een station 

Bijna altijd hebben stations twee typerende kanten of toegangspoorten. Snelfietsroutes lijken bij voorkeur aan de achterkant van het station gesitueerd te worden, zij het zoveel mogelijk conflictvrij van autoverkeer en parkeerbewegingen en zoveel mogelijk in de voorrang. Indien de snelfietsroute aan de voorkant ligt of moet getraceerd worden, is een snelheidsafbouw noodzakelijk en wordt elke suggestie voor een snelfietsroute (met bijbehorende hoge snelheden, absolute voorrang op andere weggebruikers, …) best zoveel mogelijk vermeden. 

Op deze pagina vind je alle informatie van die studiedag terug:

  • Het verslag en evaluatie van de studiedag
  • Cases uit de stationsomgeving van Aarschot, Leuven, Sint-Katelijne-Waver, Vilvoorde en Tongeren.
  • De presentaties die gebruikt werden tijdens de vormings- en werksessies

Dit vind je zeker ook interessant

Praktijk

Stadsfietsroute Brugge (stad Brugge, Europees project Handshake)

Nieuws

Drie ambitieuze mobiliteitsprojecten in Rotselaar

Nieuws

Enorme toename op fietssnelwegen Vlaams-Brabant (COVID-19)