Fietsstraten: standpunt van Fietsberaad Vlaanderen

In een fietsstraat mogen fietsers de volledige breedte van de rijbaan (eenrichtingsverkeer) of de helft van de rijbaan langs de rechterzijde (tweerichtingsverkeer) gebruiken. Gemotoriseerde voertuigen mogen fietsers niet inhalen en maximum 30 kilometer per uur rijden. Het begin en einde van een fietsstraat wordt aangeduid met blauwe aanwijzingsborden en een logo op het wegdek. Verschillende gemeenten maken het asfalt van de fietsstraat rood.

Fietsstraten komen steeds vaker voor en vinden langzaam maar zeker hun plaats in het mobiliteitsbeleid van de Vlaamse steden en gemeenten. De redenen waarom ze voor een fietsstraat kiezen, zijn vaak symbolisch of praktisch van aard. Een fietsstraat bevestigt in veel gemeenten de bestaande situatie: een straat waar de fietser baas is. Door het een fietsstraat te gaan noemen, bevestigt de gemeente dat zij de fietser een belangrijke plek op de weg wil geven. Praktisch gezien kan een fietsstraat bijvoorbeeld een oplossing zijn voor een smalle straat die vooral gebruikt wordt door fietsers maar waar geen ruimte is om een volwaardig fietspad aan te leggen. Als er één ding is waar iedereen het over eens is, is het dat een fietsstraat een middel is en geen doel op zich. De keuze voor een fietsstraat moet kaderen in een groter geheel: een mobiliteitsplan, een optimalisatie van de verkeerscirculatie, een onderdeel van een fietsroute…

Drie belangrijke elementen

Over het algemeen zijn er drie elementen belangrijk wanneer men de optie van een fietsstraat overweegt. In de eerste plaats moet men naar de fietser kijken: is er al een relatief hoge fietsintensiteit in de straat en wensen we die verder te verhogen? Daarnaast is er de aanwezigheid van belangrijke fietsbestemmingen in de omgeving. Tenslotte moet het aanleggen van een fietsstraat passen binnen de circulatieplannen van de gemeente.

Een schoolvoorbeeld van de Vlaamse fietsstraat bestaat niet. Hoewel er bij buurlanden veel meer regels opgesteld zijn hierover, laat de wegcode in België wel wat ruimte voor de gemeentes zelf. Toch zijn er wel wat gelijkenissen te vinden. Deze gelijkenissen komen voort uit de randvoorwaarden die het Vademecum Fietsvoorzieningen formuleert. Straten die voorheen ook al veelvuldig gebruikt werden door fietsers, kunnen omgevormd worden tot fietsstraat. Vaak maakt de straat deel uit van een belangrijk fietsnetwerk en liggen er veel fietsbestemmingen zoals bijvoorbeeld scholen in de buurt.

Het inhaalverbod is eenvan de elementen van een fietsstraat waarover er wel eens gediscussieerd wordt. Vooral de handhaving van het verbod is een knelpunt. Of het verbod al dan niet wordt nageleefd, is eenvoudig te controleren maar vereist bijvoorbeeld wel wat capaciteit van de lokale politiezones en is niet altijd prioritair. Toch is een verbod symbolisch erg belangrijk: fietsers voelen zich veiliger en zijn sneller geneigd om de volledige breedte van de straat te benutten. Daarnaast kiezen auto’s door het verbod vaak voor een alternatieve route.

Een van de werkpunten is dat de voorzichtige fietser nog vaak aan de rechterkant van de weg rijdt en niet de volledige breedte van de fietsstraat benut waardoor, ondanks het verbod, inhalen voor auto’s mogelijk wordt. Een verklaring hiervoor is dat de weggebruiker nog niet voldoende vertrouwd is met het concept van de fietsstraat. Daarnaast voelt de fietser zich in een fietsstraat waar gemotoriseerd verkeer in één richting en de fietser in twee richtingen rijdt, niet altijd op zijn gemak. Een duidelijke communicatie naar de gebruiker van de fietsstraat toe is dus van groot belang.

Kortom, wanneer men de tijd neemt om de keuze voor een fietsstraat goed te overdenken en bepaalde zaken zorgvuldig tegen elkaar af te wegen, is de fietsstraat zonder twijfel een perfecte tool om de fietser zichtbaarder te maken in het straatbeeld en zijn veiligheid te verhogen.

Lees ook onze brochure over fietsstraten.